Soms schieten de reguliere zorg en bestaande systemen tekort. Dan komt het Maatschappelijk Interventie Team (MIT) in actie. Als verbindende schakel brengen wij mensen met onbegrepen gedrag samen met de juiste professionals.
Wij verbinden en versterken wat er al is, en vullen aan wat ontbreekt. Over de grenzen van sectoren en regio’s heen werken wij met één doel: betere oplossingen voor mensen met onbegrepen gedrag. Zo bouwen we samen aan één MIT dat een zichtbaar verschil maakt in Zuid-Limburg.
- Maastricht-Heuvelland
- Parkstad
- Westelijke Mijnstreek
Het MIT is in opbouw. Op dit moment is de politie de enige verwijzer naar het MIT.
Effectieve interventies in Zuid-Limburg
Het MIT werkt al met meer dan 35 organisaties samen.
Wanneer gedrag niet begrepen wordt, ontstaat er onrust. Voor de persoon zelf, voor naasten, voor de buurt. Het MIT gelooft dat iedereen recht heeft op passende zorg. Daarom verbindt en versterkt het MIT professionals uit GGZ, verslavingszorg, maatschappelijk werk, politie en andere professionals binnen het veld van welzijn, zorg en veiligheid, en maakt dat mogelijk wat nodig is om snelle, passende interventies te doen.
Achter elke interventie zit een mens. Achter elk verhaal zit verbinding.

Persbericht: MIT – Drie regionale pilots vormen basis voor 24/7 interventiestructuur in Zuid-Limburg
Commissie Zorg en Veiligheid Zuid-Limburg start Maatschappelijk Interventie Team (MIT): “Learning by doing voor betere ondersteuning van mensen met onbegrepen gedrag”.
Veelgestelde vragen over het MIT
1. Worden de financiële middelen voor het MIT (Maastricht-Heuvelland) straks – na afloop van het ZonMw-traject – bij de gemeente Stein ondergebracht?
De middelen zijn op dit moment al belegd bij de gemeente Stein, die optreedt als penvoerder namens de Commissie Zorg & Veiligheid Zuid-Limburg.
Na afloop van het ZonMw-traject (Grip op Onbegrip) worden deze middelen structureel gemaakt, zodat de financiering van het MIT ook op lange termijn is geborgd binnen de regionale structuur.
Hoe en waar de structurele allocatie van middelen uiteindelijk wordt belegd, wordt nog vastgesteld en valt buiten het huidige project.
2. Gaat het MIT de gemeenten nu én in de toekomst geld kosten?
Nee, op dit moment niet.
De uitvoering van het MIT wordt volledig bekostigd vanuit de meerjarige ZonMw-subsidie binnen het programma Grip op Onbegrip.
Ook na afloop van deze subsidieperiode is het uitgangspunt dat de financiering structureel via de Commissie Zorg & Veiligheid Zuid-Limburg blijft verlopen, zonder dat individuele gemeenten financieel hoeven bij te dragen.
3. Hoe worden gemeenten geïnformeerd als er een interventie in hun gemeente heeft plaatsgevonden?
Wanneer binnen een gemeente een interventie plaatsvindt, informeert het MIT – indien relevant – de contactpersoon van die gemeente.
Zodra deze contactpersoon bekend is, ontvangt hij of zij bericht over de inzet.
Daarnaast is het MIT in gesprek met het Zorg- en Veiligheidshuis (VIA) om daar als structurele partij opgenomen te worden, zodat informatie-uitwisseling via die route kan plaatsvinden.
4. Gaat het MIT de lokale gemeente benaderen en cliëntinformatie opvragen?
Dat kan voorkomen, wanneer dit noodzakelijk is voor de interventie.
Het MIT handelt altijd met respect voor de privacywetgeving (AVG), waarbij de maximale ruimte wordt benut om snel en zorgvuldig te handelen in situaties waarin reguliere routes niet toereikend zijn.
Een MIT-interventie vindt doorgaans plaats in urgente situaties waarin bestaande hulpverlening onvoldoende toeleiding of resultaat biedt.
5. Hoe is het MIT bereikbaar voor lokale zorgverleners?
In de huidige pilotfase verloopt de verwijzing uitsluitend via de politie.
De politie schakelt het MIT in wanneer ter plaatse blijkt dat er sprake is van maatschappelijke of psychosociale ontregeling, zonder dat sprake is van een acute psychiatrische crisis of strafbaar feit.
De komende periode wordt gewerkt aan uitbreiding, zodat ook de GGZ-crisisdienst meldingen kan doen.
Op termijn komt er één centraal telefoonnummer voor MIT Zuid-Limburg, waarmee ook andere ketenpartners kunnen schakelen.
6. Wat is het verschil tussen de Crisisdienst Mondriaan en het MIT?
De Crisisdienst Mondriaan richt zich op acute psychiatrische crisissituaties, waarbij direct gevaar of ernstige psychische ontregeling speelt.
Het MIT richt zich juist op situaties waarin sprake is van verward of onbegrepen gedrag, maar waar (nog) geen psychiatrische crisis is.
Het team biedt ondersteuning in maatschappelijke of psychosociale crisissituaties en begeleidt mensen naar passende zorg of opvang, om escalatie te voorkomen.
Kort samengevat:
Crisisdienst Mondriaan: acute psychiatrie
MIT: maatschappelijke of psychosociale crisis, ter voorkoming van escalatie
7. Wat is het verschil tussen de Crisisdienst Jeugd en het MIT?
De Crisisdienst Jeugd werkt specifiek met jongeren tot 18 jaar bij acute jeugdzorg- of kindveiligheidsproblemen.
Het MIT werkt momenteel alleen met personen van 18 jaar en ouder, en richt zich primair op volwassenen met verward of onbegrepen gedrag.
8. Welke koppeling is er tussen het MIT en het Zorg- en Veiligheidshuis (VIA)?
Het MIT en het VIA vullen elkaar aan.
Het MIT biedt snelle, praktische en outreachende interventies in het veld, terwijl het VIA zich richt op langdurige, complexe casussen waar structurele coördinatie tussen ketenpartners nodig is.
Daarnaast gebruikt het VIA het MIT al bij gegevensuitvraag en signalering van casussen die maatschappelijke tussenkomst vragen.
9. Aan wie rapporteert het MIT?
Het MIT rapporteert formeel aan de Commissie Zorg & Veiligheid Zuid-Limburg.
Daarnaast vindt er periodiek evaluatie plaats met betrokken partners zoals gemeenten, politie, GGZ en Trajekt.
De rapportages bevatten geen persoonsgegevens, maar geven inzicht in aantallen, typen meldingen, effecten en signalen vanuit de praktijk.
10. Waar worden mensen opgevangen na een interventie?
Het MIT beschikt niet over eigen opvanglocaties.
Afhankelijk van de situatie wordt iemand:
thuis gestabiliseerd,
tijdelijk opgevangen in een gemeenschapshuis of hotel, of
doorverwezen naar bestaande voorzieningen zoals maatschappelijke opvang, GGZ of sociaal werk.
Het MIT werkt altijd binnen bestaande structuren en creëert geen nieuwe opvangvormen.
De keuze voor een locatie wordt situationeel bepaald, afhankelijk van wat nodig en beschikbaar is.
11. Wie is de contactpersoon richting familie of netwerk na een interventie?
De MIT-medewerker die de interventie uitvoert, is het eerste aanspreekpunt voor familie of netwerk in de directe nasleep van de inzet.
Wanneer de casus wordt overgedragen aan een andere organisatie (zoals GGZ of sociaal werk), vindt een warme overdracht plaats waarbij duidelijk wordt afgesproken wie de vaste contactpersoon blijft.